Al het materiaal in één doktersjas!

September 9, 2014 - Moshi, Tanzania

Ik ben gevraagd om voor de weblog van de opleiding logopedie aan de HAN in Nijmegen af en toe een verhaal te schrijven over mijn werk hier in Tanzania. Met alle plezier heb ik onderstaand verhaal geschreven:

Sinds eind november 2013 werk ik als vrijwilliger in het Kilimanjaro Christian Medical Centre (KCMC) in Moshi, Tanzania. Dit is het tweede academische ziekenhuis van Tanzania, een land dat ongeveer 45 miljoen inwoners heeft en één van de armste landen ter wereld is. In heel Tanzania zijn er maar twee andere logopedisten. Een opleiding logopedie is er nog niet in dit land.

KCMC is een staatsziekenhuis en wordt dus gefinancierd door de overheid. Het is een zeer indrukwekkende en bijzonder interessante ervaring om hier te mogen werken. Wat betreft logopedie is het zoeken naar mogelijkheden, gebonden door de beperkingen van het ziekenhuis en de bittere armoede van de meeste Tanzanianen. Om een klein voorbeeld te geven: het kan gebeuren dat er tijdens een bespreking een muis over de grond loopt, het raam in klimt en dan naar buiten piept. In dit geval gaat de bespreking, dan wel met opgetrokken voeten, gewoon door.

Ik werk hier nauw samen met de plaatselijke logopedist, andere paramedici, de KNO-arts en een Nederlandse neuroloog. Omdat het één van de weinige tweedelijnscentra is zie ik zeer uiteenlopende ziektebeelden en geef ik lezingen aan studenten, paramedici, artsen en verpleegkundigen. Voor moeilijke casuïstiek kan ik altijd terecht bij collegae in het Radboud UMC in Nijmegen. Het KCMC heeft namelijk een levendig en ziekenhuisbreed samenwerkingsverband met het Radboud UMC.

Patiënten vanuit het hele land komen naar KCMC om geholpen te worden, soms reizen ze dagen om hier te komen voor een behandeling. Ook de Masaai komen wel eens langs voor hulp. Zij zijn een nomadenvolk en trekken rond met hun vee. Wanneer ze toevallig in de buurt zijn en naar KCMC moeten, dan verkopen ze een koe en hebben ze geld om de behandeling te betalen. In verhouding met veel andere mensen zijn ze daardoor relatief rijk. Het komt namelijk ook voor dat ik mensen zie die wel pap kunnen kopen voor hun kind, maar wanneer ik aangeef dat afwisselende voeding heel belangrijk is, vertellen ze me met schaamte dat ze dit niet kunnen betalen. Het is te duur. Soms sta ik dus bij een kraampje langs de weg om een paar bananen voor mijn patiënten te kopen of betaal ik een keer hun buskaartje. Ter informatie: het gaat hierbij om ongeveer 50 cent.

In KCMC gaan dood en leven in één hand samen. Op de weg naar het ziekenhuis toe worden opvallend veel doodskisten verkocht. Daar waar bijvoorbeeld kinderen en volwassenen met een zeer ernstige dysfagie in Nederland een PEG-sonde krijgen en dan nog jaren verder kunnen leven, gaan ze hier dood aan een recidiverende aspiratiepneunomie. PEG-sondes zijn hier niet verkrijgbaar. Een aantal afdelingen in het ziekenhuis zijn erg onhygiënisch. Het stinkt er en het is er goor. Patiënten worden soms op op een veldbedje op de gang gelegd, omdat er niet genoeg bedden zijn. Zeep om handen te wassen ontbreekt. In Nederland wordt wel eens de term ‘Beterhuis’ gebruikt om aan te geven dat je naar het ziekenhuis gaat om beter te worden, hier is de term ‘Ziekenhuis’ in redelijk wat gevallen meer op zijn plaats.

Gelukkig is het hier niet enkel kommer en kwel. Mensen proberen het beste van het leven te maken en er heerst vaak een optimistische en vriendelijke sfeer. Er wordt veel gelachen en gekletst. Privacy is iets wat niet hoog aangeschreven staat. De ergotherapieruimte zit vaak vol met patiënten en hun naasten. Ik loop dan van de ene patiënt naar de andere, terwijl de familieleden gezellig met elkaar zitten te babbelen. Met de beperkte middelen die ik heb probeer ik ouders en familieleden zo goed mogelijk te helpen. In de zakken van mijn doktersjas zitten altijd: bellenblaas, pen, papier, colorcards, Radboud dysartrieonderzoek, lepeltjes, een afbeelding van het mond-en keelgebied en een stethoscoop. Bellenblaas kent men hier niet en is vaak een wondermiddel om de aandacht van een kind te trekken en op een positieve manier contact te maken. Colorcards gebruik ik bij kinderen en volwassenen om een beter beeld te krijgen van het woordbegrip en –productie, maar ook voor therapie. Het Radboud dysartrieonderzoek is ook fijn om bij de hand te hebben. Lepeltjes zet ik in bij kinderen met slikproblemen. Het gros van de ouders voedt hun kinderen in een liggende positie met een grote soeplepel, het eten en drinken wordt naar binnen gegoten. Natuurlijk gaat dit fout. Aan mij de taak om ouders uitleg hierover te geven. Dat doe ik altijd met behulp van een afbeelding van het mond- en keelgebied. Ouders weten vaak niet wat er gebeurt wanneer een kind zich verslikt en wat de gevolgen zijn. De stethoscoop gebruik ik voor cervicale auscultatie om een beter oordeel te kunnen geven over de slikact indien nodig. Mijn Kiswahili (de taal die hier gesproken wordt) is nog te beperkt om goede gesprekken te kunnen voeren. Ik heb altijd een tolk naast me, meestal is dit een student. Ik leer van hen en zij leren van mij. Toch is dit niet niet altijd even makkelijk en ligt een misverstand in de communicatie en in culturele verschillen altijd op de loer.

Vervolgafspraken maken doe ik altijd, maar afspraken nakomen is een probleem. Ik weet nooit wie ik ga zien, het is afwachten. Wanneer het hard regent of de dossierkamer niet op orde is, zie ik nauwelijks iemand. Andere keren komen opeens al mijn patiënten tegelijkertijd en werk ik van 9 uur ’s ochtends tot 15 uur ’s middags achter elkaar door zonder een pauze te kunnen nemen. Voorbereiden kan dus ook niet, elke dag is een nieuwe dag en ik zie wel wat er gebeurt. Het zorgt voor avontuur, maar ik vind het ergens ook ontspannend. Je hoeft je nergens druk om te maken, want dat heeft geen zin. Het loopt toch altijd anders dan je denkt!

(Nog een laatste nieuwtje: op 25 september vlieg ik naar Nederland. Ik ben aangenomen bij Groot Klimmendaal om een waarneming te vervullen. Tot binnenkort!)


1 Comment

Elise:
September 15, 2014
Het duurde even voor ik het kon lezen, maar het blijven boeiende verhalen die je schrijft. Binnenkort wil ik er nog veel meer in real-life horen, zonder dat het beeld blijft haperen, de verbinding weg valt of het internettegoed op is...
En ook al is het zwaar dat je Merijn moet missen de komende maanden, ik ben blij dat ik je eventjes niet hoef te missen! :D Tot heel snel!
Fuzzy Travel · Next »
Create blog · Login