De Kimberley is een geisoleerd gebied in het noordwesten van Australie. Het grooste gedeelte is nog zeer ontoegankelijk tenzij je over een 4x4 beschikt en voldoende tijd (en natuurlijk een voorraad eten en benzine) hebt om het immense gebied te ontdekken. De Kimberley is recentelijk zeer toeristisch geworden dankzij het filmepos ‘Australia’ (met Hugh Jackman en Nicole Kidman) dat in deze regio verfilmd werd. Omwille van zijn ontoegankelijkheid is het superduur om er iets van te ontdekken (tenzij zie hierboven). Het mooiste van de Kimberley bevindt zich ten noorden van de Gibb River Road (nog zo’n 500 kilometer verder). De Gibb River Road is een super populaire 4x4 track die dwars door de Kimberley voert. Een andere manier om het te ontdekken is een 14-daagse cruise waarvoor je minstens 4000 dollar moet te voorschijn toveren. Kunnunurra is het centrum van de Kimberley en vandaar kan je verschillende daguitstapjes of 2-daagse per vliegtuig of helikopter doen. De prijzen gaan van een 150 dollar voor een korte rondvlucht tot 1200 dollar voor een 2-daagse per vliegtuigje met enkele stops (Mitchell Falls, Bungle Bungles,....).
Aangezien ik noch geld, noch een 4x4, noch maanden tijd heb moet ik me tevreden stellen met de geasfalteerde Highway die vanuit Katherine westwaarst gaat en ons na ca 500 kilometer West Australie binnenvoert. Vandaar is het nog ongeveer 100 kilometer naar Broome aan de westkust. Gedurende deze hele lange rit komen we 1 plaats van betekenis tegen: Kunnunurra! Voor de rest enkele benzinestops en kleine nederzettingen zoals Halls Creek en Fitzroy Crossing.
Ongeveer 90 kilometer voor Timber Creek in de ‘middle of nowhere’ staat er een Aboriginal man te liften. We besluiten hem mee te nemen. Terwijl ik rij heeft Wendell een uitgebreid gesprek met de man. Blijkbaar zit hij in een aboriginal council en moest hij die dag naar een vergadering in Darwin (wat nog wel enkele uren rijden zou zijn). Zijn auto gaf het echter halverwege op en voordat we hem oppikte stond hij al vier uur te liften! In Timber Creek dropten we hem bij de community en vervolgden onze monotome weg. Let wel: het uitzicht was af en toe wonderbaarlijk maar er was – buiten rijden – weinig te doen. De kilometers gleden dus vlug langs onze wielen voorbij.
In Kunnunurra besloot ik een vlucht te maken over Lake Argyle en de Bungle Bungles (of Purnululu). De Bungle Bungles zijn een ‘berg’keten met rare rotsformaties en diepe kloven. Om er naartoe te gaan heb je natuurlijk een 4x4 nodig. Een vlucht over het gebied geeft mij toch het idee het bezocht te hebben (al is het maar vluchtig en vanuit de lucht). In het informatiebureau raden ze mij de ochtenvlucht aan omdat die het beste zicht biedt op de Bungles. Ik wordt opgepikt op de camping rond 5 uur ’s ochtends. Een halfuurtje later stijgen we op in een klein vliegtuigje. Het is enkel de piloot, 3 andere toeristen en ikzelf. Tijdens het opstijgen hebben we een prachtig zicht over Kunnunnura, de omliggende landbouw en de rivier de Ord en zijn stuwdam (welke de landbouw in het droge gebied mogelijk maakt). Vervolgens vliegen we over het immense Lake Argyle, dat als ik het mij goed herinner 50 kilometer lang was. Het meer is halfnatuurlijk. Voor men de stuwdam had vloeide het meer elk jaar in het regenseizoen vol (en sommige jaren stroomde het zelfs over). Sinds de stuwdam heeft men het hele jaar door water en bovendien kan men het waterpeil beter regelen. De zon komt langzaam op over het meer en z’n kleine eilandjes en maakt goede foto’s nemen bijna onmogelijk. Aan de rechterkant van het meer vliegen we over ‘ranges’ (heuvels). Voorbij het meer komen we in een strook plat landschap terecht waar zich 2 immense cattle stations bevinden. Voorbij deze cattle stations komen we terug in heuvels en nationale parken terecht en al gauw vliegen we over de Bungles. Het zicht vanuit de lucht is echt geweldig en de camera gaat dan ook klik klik klik. De piloot mag hier ook lager vliegen zodat we echt een prachtig zicht hebben. De toppen van de Bungles zijn niet echt ‘top’ te noemen maar hebben meer een koepelachtige vorm. Tussen de bungles bevinden zich verschillende kloven waarvan de diepste 100 meter diep is. Verbazend is ook dat de Bungles slechts in 1983 ontdekt werden en pas vanaf dan langzaamaan populair werden bij toeristen. De plaatselijke bewoners (aborigines en de cattle stations) wisten wel af van de bungles maar schonken er weinig speciale aandacht aan. In de jaren 80 werden ze getoond aan een bezoeker, hij schreef er een artikel over en zo werd een nieuwe toeristische trekpleister geboren!
Van de Bungles keerden we terug richting Kunnunurra. Op de terugweg vlogen we nog over een grootschalig goudmijnproject van Rio Tinto alvorens we weer over het idyllische Lake Argyle vlogen en onze landing inzetten. Een vlucht die z’n geld meer dan waar was! Alhoewel ik het ook graag te voet zou bewonderen... maar de immense hitte (tot 50 graden) zou dat niet makkelijk maken.
Vanuit Kunnunurra vervolgden we onze route westwaarts. Het landschap werd vlakker en saaier en het opmerkelijkste dat we zagen was een hele groep ‘bronbies’ of wilde paarden die de weg overstaken. ’s Avonds werden we getrakteerd op een voorsmaakje op het regenseizoen: in 10 minuten werd de hemel helemaal zwart, regen viel met bakken uit de hemel, donder en bliksem volgden elkaar razendsnel op en 10 minuten later had de zon alles alweer opgedroogd maar de hitte en de vochtigheid bleef hangen!
Voor de rest van de trip bleef het landschap eerder eentonig. Een uitzondering was de Chinese Wall nabij Halls Creek. Dit zijn enkele rotsformaties dien doen denken aan een muur en vandaar natuurlijk de toepasselijke naam. Op de highway werden we die ochtend ook gestop door de politie voor een ademtest. 9 uur ’s morgens en in de middle of nowhere....
Natuurlijk had ik niets gedronken en konden we het laatse stukje van de rit afleggen en bereikten we al snel Broome... een klein stadje aan de westkust van Australie!




